Tsjechische tradities in de late lente

Tsjechische tradities in de late lente

Maak kennis met de Tsjechische gewoontes en tradities in de lente

HomeWhat's NewTsjechische tradities in de late lente
Voor meerdere Tsjechische volkstradities ligt het zwaartepunt overwegend in de paastijd. De winterse vastenperiode, het vasten in het voorjaar en vervolgens de eigenlijke paasfeesten. Maar de tradities reiken nog veel verder terug dan tot deze lentefeesten. De tradities in Tsjechië worden nog steeds in ere gehouden. Zo worden er bijvoorbeeld vreugdevuren (vatry) gemaakt, wordt er gekust onder bloeiende bomen en ondergaan jonge mannen initiatierituelen.

Heksenverbranding ofwel de Tsjechische variant van de Walpurgisnacht

De laatste nacht van april, die ook wel de Walpurgisnacht (Filipojakubská noc) wordt genoemd, houdt in Tsjechië nauw verband met de zogenaamde heksenverbranding. Deze interessante traditie dateert uit de voorchristelijke tijd, toen men er nog van overtuigd was dat kwade krachten in de nacht van 30 april op 1 mei het sterkst waren, en dat men zich daartegen moest wapenen – niet alleen zichzelf, maar ook de woning en het vee. Men geloofde dat er vele heksen door de lucht vlogen, op weg naar de heksenbijeenkomst. En omdat het bijgeloof zegt dat je heksen alleen met vuur kunt bestrijden, werden er tegen de avond brandstapels ontstoken en speelde men luidkeels spelen om deze bovennatuurlijke wezens af te schrikken. En natuurlijk werd er uitbundig gegeten. Op sommige plaatsen wierp men brandende bezems of tot bollen samengebonden lappen in de lucht. Daarmee werden de heksen verjaagd en werd hun macht verkleind. Elders werden heksenbeelden van stro en hout in het vuur gegooid. Tot op heden zijn zulke heksenverbrandingen meestal in de vorm van volksvermaak en als volksfeest behouden gebleven. Het vaakst wordt aan de rand van de stad of het dorp een vreugdevuur aangelegd en viert men daar al vanaf vroeg in de middag feest. Er wordt muziek gemaakt, voor de kinderen is er een begeleidend programma en er wordt gebarbecued. In sommige steden organiseert het stadsbestuur zelf deze feesten, zoals in Praag of Brno.

De meifeesten en het optuigen van de meiboom

De meiboom is verbonden aan een ander lentefeest dat samenvalt met de viering van de Walpurgisnacht. De meiboom (in het Tsjechisch máje of májka) bestaat uit een versierde boomstam die het centrale element vormt van deze meifeesten. De meiboom wordt meestal opgetrokken op 30 april of 1 mei. De Tsjechische meiboom heeft de vorm van een hele boom, die ontdaan is van de takken en de schors – met uitzondering van het bovenste gedeelte van de boom. Het bovenste gedeelte wordt versierd met bontgekleurde linten van stof of crêpepapier en er wordt een versierde krans om gehangen.

Met de meiboom is ook een wachtdienst verbonden, want uit de naburige dorpen dreigt het gevaar van mannen die zullen proberen de boom om te hakken of de top ervan af te zagen. Dat duurt al naar gelang de regio en de traditie tot aan zonsondergang, maar ook wel tot het eerste hanengekraai. Als het lukt, betekent dat een schande voor het hele dorp. In sommige gemeentes wordt de meiboom zelfs drie dagen en drie nachten bewaakt. De meiboom wordt telkens volgens de regels van de gegeven gemeente opgetrokken en ook tegenwoordig is het een gelegenheid voor plezier en vermaak, worden oude sociale banden onderhouden en mogelijk nieuwe gemaakt – of ten minste biedt het gelegenheid de klederdracht uit de kast te halen en af te stoffen. De traditie leeft voornamelijk in Moravië.

De eerste mei – een dag van liefde

Trouwens, mei is een populaire maand die aan nieuwe tradities gekoppeld is. Een daarvan is de kus onder een bloeiende boom op 1 mei. Dat is de plicht van elk verliefd paartje! De oorsprong van deze traditie is gelegen in het romantische Tsjechische gedicht Mei van Karel Hynek Mácha uit 1836. Op 1 mei viert men ook het feest van de roséwijnen, waarbij vooraanstaande Moravische en Boheemse wijnboerderijen elkaar de loef proberen af te steken met de vraag, wie de beste rosé maakt. Je kunt dit feest meemaken in de wijngaard van St-Wenceslaus onder de Praagse burcht.

Opening van kuuroorden

In mei start ook het kuurseizoen, waarbij de Boheemse en Moravische kuuroorden hun deuren voor de gasten openen. Het is natuurlijk mogelijk om in elk seizoen een kuuroord te bezoeken, bijvoorbeeld Luhačovice of Karlovy Vary, maar het echte seizoen begint pas laat in de lente en in de zomer. De kuuroorden gaan altijd met veel ophef open in het laatste weekend van mei.

Rit der koningen in Vlčnov

Dit oude volksfeest met de naam Rit der Koningen is een uniek fenomeen. Mede daarom maakt deze gebeurtenis al 10 jaar deel uit van het immateriële erfgoed van de UNESCO. Het gaat om een plechtige rit te paard langs het dorp, waarbij de zogenaamde koning gekleed is in ceremoniële klederdracht van vrouwen. Hij wordt begeleid door een gevolg van jongens op versierde paarden en door twee pages, adjudanten met getrokken sabels. De optocht trok ooit rond het hele dorp, met name in het zuiden en zuidoosten van Moravië. Zo is deze rit in Vlčnov, in het zuidoosten van Moravië, al langer dan 200 jaar traditie.

De oorsprong van deze feestelijke ritten te paard is een initiatieplechtigheid, waarbij achttienjarige jongens welkom worden geheten onder de volwassen mannen. Het feest werd in de pinkstertijd gehouden, waarbij de christenen de uitstorting van de Heilige Geest vieren en waarbij sinds heidense tijden de volheid van het leven, van de schoonheid en de kracht van de jeugd gevierd wordt, wat met het hoogtepunt van de lente en met de komende zonnewende samenhangt. Tegenwoordig wordt de Rit der Koningen gereden op de laatste zondag in mei. Iedere jonge man treedt slechts eenmaal in zijn leven op als lid van het koninklijke gevolg, maar de koning is een kleine jongen in de leeftijd van 10 tot 12 jaar en gaat getooid in meisjeskleding. De Rit der Koningen wordt begeleidt met optredens van folklore-ensembles, concerten van blaas- en cimbaalmuziek, wijnproeverijen, een jaarmarkt met ambachten, en door exposities. De Rit der Koningen kun je aanschouwen in andere gemeentes van Slowaaks Moravië (Kunovice, Hluk, Kyjov) of in Haná (Doloplazy, Chropyně, Kojetín).